Sessie 9

De Goliath tegenover jou

David, Goliath en de strijd die groter lijkt dan jij

Soms staat er in je leven iets tegenover je dat zo groot wordt, dat het bijna alles bepaalt wat je ziet.

  • Een probleem.
  • Een angst.
  • Een overtuiging.
  • Een persoon.
  • Een situatie die maar niet verandert.

Je weet misschien rationeel dat het niet alles is. Maar het voelt wel zo.

Dat kan jouw Goliath worden.

1. Iedereen kent wel een Goliath

Goliath hoeft niet letterlijk een persoon te zijn.

Het kan iets zijn dat steeds tegen je zegt:

  • Dit lukt je niet.
  • Je kunt het niet.
  • Je bent niet sterk genoeg.
  • Je bent niet goed genoeg.
  • Je bent niet slim genoeg.
  • Hier kom je nooit vanaf.
  • Dit zal altijd zo blijven.

En hoe langer je ernaar kijkt, hoe groter het wordt.

2. Israël kijkt naar Goliath

Het leger van Israël ziet Goliath.

  • Ze zien zijn lengte.
  • Zijn kracht.
  • Zijn wapenrusting.
  • Zijn stem.
  • Zijn ervaring.

En ze trekken daaruit een conclusie:

Wij kunnen dit niet.

Angst bepaalt wat ze zien.

Misschien gebeurt dat bij ons ook.

Wanneer iets lang genoeg tegenover ons staat, gaan we het soms verwarren met de werkelijkheid.

Of het ìs onze werkelijkheid geworden.

3. Dan komt David

David hoort wat Goliath zegt.

Maar hij reageert anders.

Hij vraagt:

Wie is deze man eigenlijk?

David ontkent niet dat Goliath groot is.

Maar hij weigert om Goliaths grootte tot het laatste woord te maken.

Dat is misschien de eerste stap:

Je Goliath erkennen zonder hem alle macht over je verhaal te geven.

4. David wordt zelf niet erkend

En dan gebeurt er iets opvallends.

Nog vóór David tegenover Goliath staat, krijgt hij te maken met zijn broer Eliab.

Eliab vraagt: Waarom ben je eigenlijk gekomen?

Hij vertrouwt Davids motieven niet.

David wordt niet erkend door iemand die dicht bij hem staat. Dat kan pijnlijk herkenbaar zijn.

Soms komt de stem die zegt dat jij niets kunt niet van een vijand. Soms komt die van iemand die je kent.

 

5. Wie heeft jou verteld wie je bent?

Misschien draag je nog steeds woorden mee die iemand ooit tegen je zei.

  • Te gevoelig.
  • Te dom.
  • Te weinig.
  • Te moeilijk.
  • Te emotioneel.
  • Te veel.
  • Jij zult nooit...

Sommige woorden worden onderdeel van ons zelfbeeld. Tot we niet meer horen:

“Dat zei iemand ooit tegen mij.”

maar:

“Dat ben ik".

6. Goliath kan ook van binnen komen

Misschien is jouw Goliath dan nu niet alleen iets buiten jou. Soms wordt de stem van een ander uiteindelijk onze eigen stem.

Dan staat Goliath niet meer voor ons.

Wat 'Goliath' sprak en deed spreekt en doet hij vanuit onszelf.

  • Je kunt dit niet.
  • Wie denk je wel dat je bent?
  • Je bent niet genoeg.

En misschien is dat wel de moeilijkste Goliath om tegenover je te krijgen.

7. David heeft ook een geschiedenis

David loopt niet zomaar met een steen op Goliath af.

Hij vertelt Saul over de leeuw en de beer.

Hij heeft eerder situaties meegemaakt waarin hij bang had kunnen worden.

Daar heeft hij iets geleerd.

Niet:

“Ik ben onoverwinnelijk.”

Maar:

“Ik heb ervaren dat ik niet alleen hoef te staan.”

Wie gelooft weet: God is met mij. En ik steun op wat ik eerder geleerd heb in Zijn naam te doen om dit probleem tegemoet te treden.

Voor een ander kan het misschien zijn:

Ik heb eerder ontdekt dat ik meer kracht heb dan ik dacht.

Het belangrijke is:

David put uit wat hij onderweg heeft geleerd.

 

8. Saul probeert David zijn wapenrusting te geven

Saul wil David helpen.

Hij geeft hem zijn eigen wapenrusting.

David trekt haar aan.

Maar hij kan er niet in lopen.

Wat voor Saul werkt, werkt niet voor David.

En dat is een belangrijke ontdekking.

 

9. Je hoeft niet de wapenrusting van een ander te dragen

Misschien kijk jij soms naar iemand die sterk lijkt en denkt:

Zo moet ik dus worden.

  • Je neemt diens manier van praten over.
  • Diens manier van werken.
  • Diens manier van geloven.
  • Diens manier van omgaan met problemen.

Maar misschien past die wapenrusting helemaal niet bij jou.

Je hoeft niet iemand anders te worden om jouw Goliath tegemoet te treden.

10. David legt de wapenrusting af

David kiest zijn eigen manier. Geen indrukwekkende wapenrusting.

Geen zwaard maar een slinger.en vijf stenen.

Dat lijkt weinig. Maar het is wat hij kent.

 

Misschien is dat ook iets wat we mogen leren:

  • Gebruik wat werkelijk van jou is.
  • Niet wat indrukwekkend lijkt.
  • Niet wat anderen van je verwachten.
  • Maar wat jij werkelijk in je hebt.

 

11. Goliath ziet een jongen

Goliath kijkt naar David en ziet iemand die klein e onbetekenend lijkt.

Hij onderschat hem.

Dat gebeurt vaker.

Mensen kunnen alleen beoordelen wat ze kunnen zien.

Maar wat zichtbaar is, is niet altijd het hele verhaal. Misschien ziet niemand hoeveel jij hebt gedragen. Hoeveel je hebt geleerd. Hoeveel je al hebt overwonnen.

Hoeveel goud er in stilte in jou is gegroeid.

 

 

12. Je goud hoeft niet eerst door iedereen gezien te worden

Dit sluit aan bij wat we eerder ontdekten.

Het goud van de ander hoeft jouw goud niet te bedreigen.

Maar omgekeerd geldt ook:

Het feit dat een ander jouw goud niet ziet, maakt het niet minder waardevol.

Je hoeft niet door iedereen erkend te worden voordat je mag geloven dat iets in jou waarde heeft.

 

13. Dan staat David tegenover Goliath

David loopt naar hem toe. Omdat David weigert zichzelf klein te maken.

Moed betekent niet:

Ik ben nergens bang voor.

Moed kan betekenen:

Ik zie mijn angst en ik laat haar niet bepalen wat ik doe.

 

14. En dan valt Goliath

De steen treft Goliath.

De reus valt.

Een verhaal dat zo groot begon, eindigt met een reus op de grond.

Maar misschien is dat niet het belangrijkste moment.

Want er komt een vraag die we vaak vergeten.

 

15. Wat doe je als je Goliath gevallen is?

Stel dat de strijd voorbij is.

Stel dat het lukt.

Stel dat de angst minder wordt.

Stel dat die persoon geen macht meer over je heeft.

Stel dat je eindelijk die grens hebt getrokken.

Wie ben je dan?

 

16. Je hoeft niet bij de plek van je overwinning te blijven

David blijft niet op de plek waar Goliath gevallen is wonen.

Hij maakt van die plek geen identiteit.

Hij gaat verder.

Dat is belangrijk.

Want soms kunnen we zelfs aan onze overwinningen vast komen te zitten.

  • Ik ben degene die dit heeft overwonnen.
  • Ik ben degene die sterk is.
  • Ik heb dit allemaal doorstaan.
  • Ik moet dit steeds in mij herinneren.

Maar ook dat kan een nieuwe rol worden.

 

17. De plek waar jouw Goliath viel

Misschien is er in jouw leven zo'n plek.

  • Een moment waarop iets veranderde.
  • Een relatie die je achter je liet.
  • Een angst waar je doorheen ging.
  • Een grens die je eindelijk trok.
  • Een periode die je overleefde.

Die plek mag belangrijk zijn.

Je hoeft haar niet te ontkennen.

Maar:

Je hoeft er niet te blijven wonen.

Je mag verder.

18. Ook je overwinning is niet je identiteit

Je bent niet alleen:

  • degene die sterk was,
  • degene die het volhield,
  • degene die won,
  • degene die overeind bleef.

Je mag ook opnieuw kwetsbaar zijn.

Je mag hulp nodig hebben. Je mag iets niet weten. Je mag opnieuw beginnen.

Je goud zit niet in het feit dat je perfect moet zijn.

 

19. Misschien is dit de echte vraag

Niet alleen: Wat is de Goliath in mijn leven?

Maar ook: Wat heeft deze Goliath mij laten geloven over mezelf?

En: Wat blijft er van mij nu deze Goliath is verslagen. 

Misschien ontdek je daar iets wat dieper gaat dan overwinning.

 

20. Nadenkertje

  • Welke Goliath staat er op dit moment tegenover jou?
  • Wie of wat vertelt jou dat je te klein bent?
  • Welke woorden ben je misschien zelf gaan geloven?
  • En stel dat die Goliath morgen valt: wie ben jij dan?

 

21. Terug naar het goud

Misschien is het goud niet dat je iedere Goliath kunt verslaan.

Misschien is het goud dat je onderweg ontdekt:

  • ik ben meer dan wat tegenover mij staat.
  • Ik ben meer dan de woorden die over mij zijn uitgesproken.
  • Ik ben meer dan mijn angst.
  • Ik ben meer dan mijn overwinning.
  • Ik ben meer dan de wapenrusting van een ander.

Slot

David hoefde niet groter te worden dan hij was. Hij hoefde Saul niet te worden. Hij hoefde Goliath niet te worden.

Hij hoefde alleen David te zijn.

En misschien geldt dat ook voor jou.

  • Je hoeft niet groter te lijken.
  • Je hoeft niet iemand anders te worden.
  • Je hoeft niet voor altijd te blijven op de plek waar je hebt overwonnen.
  • Je mag je goud meenemen en verdergaan.

Want de Goliath in je leven mag vallen.

Maar jij bent meer dan de strijd die je hebt overwonnen.

 

Even stilstaan bij wat deze sessie in jou raakt tegenover jouw Goliath

Iedereen kent momenten waarop iets groter lijkt dan jij.

  • Een angst.
  • Een probleem.
  • Een stem die zegt dat je het niet kunt.
  • Het beeld wat anderen van je maken.
  • De afkeuring.
  • De roddel.

 

Wat is op dit moment jouw Goliath?

En welke stem bepaalt hoe jij naar jezelf kijkt wanneer je tegenover deze gigant staat?

Je hoeft niet zonder angst te zijn om moedig te zijn.

 

Wat is één stap die jij kunt zetten met wat werkelijk van jou is?

 

________________________________________

 

________________________________________

 

________________________________________