Sessie 7

Wanneer het goud van de ander jou bedreigt

Saul en David — over roeping, verlies, vergelijking en vertrouwen

 

1. Niet alles wat op verlies lijkt, gaat over de ander

Soms wordt iemand anders zichtbaar en raakt dat iets in ons.

  • Iemand wordt gekozen.
  • Iemand krijgt vertrouwen.
  • Iemand krijgt verantwoordelijkheid.
  • Iemand blijkt ergens goed in.

En ineens ontstaat de vraag:

Als hij groter wordt, word ik dan minder?

Maar voordat we naar David kijken, moeten we eerst naar Saul kijken.

 

2. Saul was óók geroepen

Saul was niet zomaar een man die later jaloers werd op David.

Hij was koning geworden omdat God hem had aangesteld.

Hij had een plek.

Een verantwoordelijkheid.

Een roeping.

Maar een roeping is niet alleen een plek die je krijgt.

Het is ook een weg van gehoorzaamheid.

En precies daar gaat het mis.

 

3. Havilah — midden in Sauls verhaal

Wanneer Saul tegen de Amalekieten optrekt, wordt er iets opvallends gezegd:

Saul verslaat de Amalekieten **van Havilah tot Shur.

Havilah.

De naam die we kennen uit Genesis als het land waar goud is. Hier staat die naam ineens midden in het verhaal van Saul.

Maar het gaat hier niet over goud dat Saul moet bemachtigen.

Het gaat over 

gehoorzaamheid aan God.

Saul voert Gods opdracht niet volledig uit. Hij spaart wat hij zelf waardevol vindt.

Daarna maakt God duidelijk dat Saul zich van Hem heeft afgekeerd en dat zijn koningschap niet zal voortduren.

Dat is belangrijk.

Sauls verlies begint niet bij David.

Sauls verlies begint in zijn eigen verhouding tot God.

 

4. Dan komt David.

En pas daarna verschijnt David.

Niet als iemand die Saul zijn plaats probeert af te pakken.

David is gewoon bij de schapen.

Zijn vader Isaï laat hem komen wanneer Samuël hem wil zien.

David wordt gezalfd.

Niet omdat hij zichzelf naar voren heeft geduwd.

Maar omdat hij geroepen wordt.

En hier begint iets wat Saul niet kan controleren:

Davids goud wordt zichtbaar.

 

5. Het goud van David wordt zichtbaar

David komt uiteindelijk aan het hof van Saul.

Hij speelt harp.

Hij wordt vertrouwd.

Hij krijgt verantwoordelijkheid.

Hij blijkt bekwaam.

En dan gebeurt iets wat heel menselijk is.

De ander wordt zichtbaar.

En zijn zichtbaarheid raakt iets in Saul.

6. Wanneer de ander groter lijkt

Na Davids overwinning op Goliath zingen de vrouwen:

Saul heeft zijn duizenden verslagen,

David zijn tienduizenden.

Saul hoort niet alleen een lied. Hij hoort een bedreiging. Wat blijft er dan nog voor mij over?

Vanaf dat moment kijkt Saul anders naar David.

De tekst vertelt dat Saul jaloers en bang wordt.

Daar begint de verborgen strijd.

Niet omdat David Sauls goud heeft afgepakt.

Maar omdat Saul Davids goud als bedreiging voor zijn eigen waarde gaat ervaren.

7. De speer

David doet ondertussen wat hij altijd deed.

Hij speelt harp.

Saul heeft een speer.

En die speer vertelt iets wat al veel eerder in Sauls hart begonnen was.

Soms wordt een innerlijke vergelijking uiteindelijk zichtbaar in wat we doen.

  • Een blik.
  • Een opmerking.
  • Een uitsluiting.
  • Een aanval.
  • Een ander kleiner maken.

Omdat we zelf bang zijn geworden dat we niet meer genoeg zijn.

 

8. David hoeft niet te winnen

David vlucht.

Dat is belangrijk.

Vertrouwen betekent niet dat je jezelf moet laten vernietigen.

David neemt afstand.

Hij verstopt zich.

Hij beschermt zijn leven.

 

Maar David hoeft Saul niet te vernietigen om zelf te mogen bestaan.

Dat is een wezenlijk verschil.

 

9. En-Gedi

Dan komt het moment waarop David Saul daadwerkelijk in zijn macht krijgt.

In En-Gedi gaat Saul een grot binnen waarin David en zijn mannen verborgen zijn.

David kan Saul doden.

Maar hij doet het niet.

Hij snijdt alleen een stuk van Sauls mantel af.

 

David hoeft zijn roeping niet met geweld te bewijzen

 

10. Ook David krijgt een spiegel

Dit betekent niet dat David automatisch “de goede” is en Saul “de slechte”.

Er is ook voor David een subtiele valkuil:

  • “Ik ben David.”
  • Ik ben degene die gezalfd is.
  • Ik ben degene die geroepen is.
  • Ik ben degene die het goud heeft.

Maar zodra jouw roeping een reden wordt om de ander kleiner te maken, ben je iets wezenlijks kwijtgeraakt.

Het goud is nooit gegeven om de ander kleiner te maken.

David laat juist iets anders zien.

Je hoeft jouw ontvangen plek niet te bewijzen door de ander zijn plek af te nemen.

11. Jouw roeping is geen wapen

Wat God in jou heeft gelegd, hoef je niet te verdedigen.

Je hoeft niet te winnen.

Je hoeft niet overal de eerste te zijn.

Je hoeft niet te bewijzen dat jij waardevol bent.

Gods aandacht voor een ander maakt jou niet minder gezien.

Dus ontspan. ❤️

12. Misschien is vertrouwen dit

Misschien is vertrouwen niet alleen:

“God heeft een plek voor mij.”

Misschien is vertrouwen ook:

“Ik hoef niet op de ander te letten om mijn eigen plek te behouden.”

  • Ik mag mijn goud ontvangen.
  • Ik mag mijn roeping dragen.
  • Ik mag zichtbaar worden.

En tegelijkertijd mag de ander zichtbaar zijn.

 

13. Jonathan laat zien dat het anders kan

En dan komt Jonathan.

Jonathan laat zien dat het ook anders kan dan bij zijn vader, Saul.

Hij ziet Davids roeping en hoeft daar niet van te krimpen.

Hij kan David erkennen. Hij kan hem liefhebben. Hij hoeft Davids goud niet kleiner te maken om zelf waardevol te blijven.

 

14. Het goud is niet schaars

Misschien is dat wel een van de diepste overtuigingen onder vergelijking:

Er is niet zoveel goud.  Als jij schittert, blijft er minder voor mij over.

Maar zo werkt het bij God niet.

De roeping van een ander maakt mijn roeping niet ongeldig.

De zichtbaarheid van een ander maakt mij niet onzichtbaar.

15. Je hoeft niet op de plek van de ander te staan

Je hoeft niet te worden zoals hij.

Je hoeft niet te hebben wat zij heeft.

Je hoeft niet dezelfde weg te gaan.

Je hoeft niet dezelfde erkenning te krijgen.

Jouw weg mag jouw weg zijn.

16. Misschien is volwassen worden in je goud...

...leren kijken naar iemand die schittert en niet onmiddellijk denken:

Wat heeft dit voor gevolgen voor mij?

Maar:

“Mooi. Dat is van jou.”

En vervolgens:

“En wat van mij is, blijft van mij.”

17. Een andere manier van kijken

Misschien hoeft de aanwezigheid van het goud van de ander niet langer een bedreiging te zijn.

Misschien kan het zelfs een uitnodiging worden.

Om je eigen goud opnieuw te zien.

Niet om te vergelijken.

Niet om te concurreren.

Maar om te ontvangen. 

 

Nadenkertje:

Misschien schijnt het goud van de ander wel samen met het goud in jou.

Niet minder.

Niet tegen elkaar.

Maar naast elkaar.

 

En misschien wordt het licht juist groter wanneer goud niet meer hoeft te strijden om gezien te worden.

18. Terug naar het goud

Het goud dat de Schepper van Havilah in jou heeft gelegd, hoef je niet te verdedigen.

Je hoeft niet te bewijzen dat jouw goud ook iets waard is.

Je hoeft alleen te leren het te herkennen, te bewaren en ermee te leven.

Het goud dat van jou is, blijft van jou.

Ook wanneer een ander schittert.

Ook wanneer iemand jou niet ziet.

Ook wanneer iemand jouw plek niet erkent.

Misschien is volwassen en heel worden in je goud niet meer vechten voor je plek.

Misschien is het leren geloven:

Jij bent.

 

Niet omdat je moest winnen.

Niet omdat iemand anders verloren heeft.

Niet omdat je de meest zichtbare bent.

Maar omdat je gemaakt bent naar het beeld van de Schepper.

JIJ BENT.

Even stilstaan bij wat deze sessie in jou raakt wanneer het goud van een ander zichtbaar wordt.

David hoefde Saul niet kleiner te maken om zijn eigen plek te mogen innemen. En toch voelde Saul Davids goud als een bedreiging.

Wat gebeurt er in jou wanneer een ander zichtbaar wordt, groeit of wordt erkend? Kun je het goede van de ander zien zonder jezelf te verliezen?

Het goud is niet schaars.

Wat van jou blijft van jou, ook wanneer een ander schittert?

 

________________________________________

 

________________________________________

 

________________________________________