Sessie 5

Het goud voorbij je rol

1. De plek die je kreeg is niet wie je bent

  • De één wordt weinig gezien.
  • De ander krijgt veel aandacht.
  • De één leert zich aanpassen.
  • De ander leert presteren.
  • De één wordt verantwoordelijk.
  • De ander wordt beschermd.

Van buitenaf kan het lijken alsof de ene mens geluk heeft gehad en de andere niet.

Maar een plek binnen een gemeenschap, gezin, familie of werkplek is nog geen erkenning van wie je werkelijk bent.

Je kunt centraal staan en toch niet werkelijk gekend worden.

Je kunt aan de kant staan en daardoor nooit ervaren dat je ertoe doet.

Geen van beide posities vertelt wie jij werkelijk bent.

2. Wanneer je rol je identiteit wordt

Als een bepaalde rol jarenlang wordt bevestigd, kan die rol voelen als je identiteit.

  • Ik ben degene die zorgt.
  • Ik ben degene die alles kan.
  • Ik ben degene die geen problemen maakt.
  • Ik ben degene die het goed doet.
  • Ik ben degene die sterk moet zijn.
  • Ik ben degene die altijd vooraan staat.

Maar er is een verschil tussen:

wat je bent gaan doen

en

wie je bent.

Misschien heb je een rol heel goed leren vervullen.

Maar je bent niet geboren om alleen maar een rol te vervullen.

3. Ook wanneer je centraal stond kan je iets zijn kwijtgeraakt

Wanneer iemand voortdurend in het middelpunt staat, ontvangt men

  • Aandacht.
  • Verwachtingen.
  • Verantwoordelijkheid.
  • Bewondering.

Maar soms wordt er vooral gekeken naar wat iemand doet.

Is iemand succesvol?

Is iemand verstandig?

Maakt iemand de omgeving trots?

Voldoet iemand aan de verwachtingen?

 

En misschien wordt er minder gevraagd:

Wie ben jij wanneer je niets hoeft te bewijzen?

Ook dan kan iemand verlangen naar erkenning.

Niet als degene die iets bereikt.

Maar als mens.

4. De vergetenen dragen óók goud

Wanneer iemand minder werd gezien, kan men juist eigenschappen ontwikkelen die lang verborgen blijven.

  • Misschien opmerkzaamheid omdat men goed moest aanvoelen wat er gebeurde.
  • Misschien zelfstandigheid.
  • Misschien onafhankelijkheid.
  • Misschien ontwikkelde men een groot gevoel voor anderen.
  • Misschien werd gevoeligheid voor onrecht.
  • Misschien kwaliteiten die niemand opmerkte.

Maar hier moeten we voorzichtig zijn.

De pijn zelf is niet het goud.

Het goud is wat de Schepper in jou heeft gelegd.

De pijn kan het goud hebben bedekt.

De pijn kan je hebben gevormd.

Maar de pijn hoeft niet je identiteit te worden.

5. Ook onder een oude rol zit goud

Je hebt misschien geleerd om altijd voor anderen te zorgen.

💎 Daaronder kan een diepe gave tot zorg liggen.

Je hebt misschien geleerd om altijd sterk te zijn.

💎 Daaronder kan moed liggen.

Je hebt misschien geleerd om alles goed te doen.

💎 Daaronder kan talent, discipline en verantwoordelijkheid liggen.

Je hebt misschien geleerd om stil te zijn en goed te observeren.

💎 Daaronder kan wijsheid, gevoeligheid en opmerkzaamheid liggen.

Maar:

  • Het goud is niet de overlevingsstrategie.
  • Je hoeft niet langer uitgeput te raken om zorgzaam te zijn.
  • Je hoeft niet langer te presteren om waardevol te zijn.
  • Je hoeft niet langer stil te zijn om veilig te zijn.

Het goud mag blijven.

De dwang mag loslaten.

 

 

6. Wat blijft er over als je rol wegvalt?

Stel je voor:

Je hoeft niet meer degene te zijn die alles regelt.

Je hoeft niet meer degene te zijn die iedereen tevreden houdt.

Je hoeft niet meer de succesvolle te zijn.

Je hoeft niet meer de sterke te zijn.

Je hoeft niet meer de stille te zijn.

Je hoeft niet meer degene te zijn die altijd klaarstaat.

 

Maar wie ben je dan?

Dat kan een spannende vraag zijn.

Want soms weten we heel goed wie we moeten zijn voor anderen.

Maar veel minder goed wie we zijn wanneer niemand iets van ons nodig heeft.

Misschien begint daar een nieuwe ontdekking.

7. Het goud hoeft niets te bewijzen

Misschien heb je jarenlang gewacht op erkenning.

  • Van je ouders.
  • Van je familie.
  • Van een partner.
  • Van een leidinggevende.
  • Van iemand die jou ooit niet zag.

En misschien denk je:

Als die persoon eindelijk ziet wat er in mij zit, kan ik het verleden afsluiten.

Maar daarmee blijft jouw goud afhankelijk van de ogen van een ander.

Wat als die erkenning nooit komt?

Blijft jouw goud dan bestaan?

Ja.

Het goud wordt niet goud omdat iemand het herkent.

Het was er al.

8. Hier raken Ismaël en Amalek elkaar opnieuw

Ismaël kent de vragen:

Is er ruimte voor mij? Erkenning? Bestaansrecht?

Die vraag kan diep in een mens blijven leven.

Maar wanneer je eigenwaarde afhankelijk wordt van hoeveel ruimte, erkennimg of bestaansrecht jij krijgt ten opzichte van een ander, kan er iets verschuiven.

Dan kan de aanwezigheid van de ander voelen als een bedreiging.

  • "Als jij gezien wordt, word ik misschien niet gezien."
  • "Als jij belangrijk bent, ben ik misschien minder belangrijk."
  • "Als jij jouw plek inneemt, verlies ik de mijne."

Daar kan rivaliteit ontstaan. En daar kunnen Ismaël en Amalek elkaar raken. Niet als labels voor mensen.

Maar als bewegingen die we soms allemaal in onszelf kunnen herkennen.

9. Het goud van de ander bedreigt jouw goud niet

Dit is misschien wel de bevrijdende gedachte:

  • Het goud van een ander maakt jouw goud niet minder.
  • Een ander mag schitteren.
  • Een ander mag spreken.
  • Een ander mag verantwoordelijkheid nemen.
  • Een ander mag gezien worden.

En jij hoeft daardoor niet te verdwijnen.

 

Omgekeerd geldt ook:

  • jouw zichtbaarheid hoeft de ander niet kleiner te maken.
  • Er is geen wedstrijd.
  • Er hoeft maar één iemand belangrijk te zijn.
  • Er is ruimte voor meerdere mensen om werkelijk tevoorschijn te komen.

10. Wanneer het goud vrij komt

Dan verandert de vraag.

Niet langer:

Hoe krijg ik eindelijk de erkenning?

Maar:

Wat gebeurt er wanneer ik zelf ga erkennen wat de Schepper al in mij heeft gelegd?

Dan hoeft je leven niet langer georganiseerd te worden rondom het bewijzen van je waarde.

  • Je kunt je talent gebruiken zonder jezelf ermee te bewijzen.
  • Je kunt zorgen zonder jezelf kwijt te raken.
  • Je kunt leiden zonder boven een ander te hoeven staan.
  • Je kunt spreken zonder te hoeven winnen.
  • Je kunt grenzen stellen zonder te hoeven straffen.

Dan wordt je goud vrijer.

11. Praktijk — herken jouw rol

Neem een moment en schrijf op:

Welke rol heb ik in mijn leven geleerd?

Was ik:

  • de stille?
  • de sterke?
  • de verantwoordelijke?
  • de helper?
  • de bemiddelaar?
  • de succesvolle?
  • de moeilijke?
  • degene die aandacht kreeg?
  • degene die juist geen ruimte kreeg?

En vervolgens:

Wat heeft die rol mij gebracht?

Wat heeft die rol mij gekost?

En de belangrijkste vraag:

Welk goud zit daaronder dat ik wil behouden, zonder de oude rol nog te hoeven dragen?

12. Het goud wordt een gave

Wanneer je niet langer hoeft te bewijzen dat je bestaat, ontstaat ruimte.

  • Ruimte om te ontvangen.
  • Ruimte om te groeien.
  • Ruimte om te geven.

Dan wordt jouw goud niet alleen iets wat je ontdekt voor jezelf.

Het kan een gave worden voor anderen.

  • De zorgzame mens hoeft niet langer iedereen te dragen, maar kan werkelijk zorgen.
  • De sterke mens hoeft niet langer onkwetsbaar te zijn, maar kan anderen moed geven.
  • De gevoelige mens hoeft zich niet langer te verbergen, maar kan zien wat anderen missen.
  • De mens die jarenlang niet werd gehoord, kan een stem worden voor anderen.

Niet vanuit de wond. Maar vanuit het goud dat vrij is gekomen.

 

Slot

Misschien hoef je niet terug te worden naar wie je was. En je hoeft niet te worden wie jouw familie, of andere naaste, van je maakte. Je mag ontdekken wie je bent wanneer jouw oude rol niet meer bepaalt hoe je leeft.

  • Want jouw plek is niet jouw identiteit.
  • Jouw geschiedenis is niet jouw identiteit.
  • De erkenning die je kreeg is niet jouw identiteit.
  • De erkenning die je miste evenmin.

Het goud was er al. Het goud was er steeds.

De Schepper van Havilah heeft het in jou gelegd. En Hij herkent het. En dan is heel worden niet ontdekken dat je eindelijk waardevol bent.

Dan is het ontdekken: Ik was het al. Het goud blijft.

Even stilstaan bij wat er onder jouw rol ligt.

 
Misschien ben je gewend om sterk te zijn.
Te zorgen.
Te presteren.
Te helpen.
Of juist stil te blijven.
 
Maar een rol is niet hetzelfde als wie jij bent.
 
Welke rol ben jij misschien gaan verwarren met jouw identiteit?
 
En wat blijft er over wanneer je die rol even niet hoeft te vervullen?
 
Het goud blijft. De rol mag veranderen.
 
Wie ben jij, los van wat je voor een ander doet?
 

 

________________________________________

 

________________________________________

 

________________________________________