Sessie 8
Wat doe je met het goud dat jou is toevertrouwd?
Saul, Amalek en de kunst van ontvangen, bewaren en loslaten
Sessie 7 ging over het goud van de ander.
Over wat er in je gebeurt wanneer iemand anders zichtbaar wordt, en je bang wordt dat diens goud iets van jouw waarde afneemt.
Sessie 8 maakt een andere beweging:
Wat doe jij eigenlijk met het goud dat jou is toevertrouwd?
Want ontvangen is één ding. Ermee leren leven is iets anders.
1. Goud is niet alleen iets wat je ontvangt
In Genesis wordt Havilah genoemd als een land waar goud is.
Goud is er.
Het hoeft niet eerst door iemand gemaakt te worden.
Het hoeft alleen ontdekt te worden.
Dat beeld kunnen we meenemen:
Wat de Schepper van Havilah in jou heeft gelegd, hoef je niet zelf te maken.
Maar dan komt de vraag:
Wat doe je ermee?
2. Alles wat waardevol is, vraagt om zorg
Wat je ontvangen hebt, kun je:
- bewaren,
- ontwikkelen,
- delen,
- verwaarlozen,
- verbergen,
- of proberen vast te houden uit angst het kwijt te raken.
Ook met ons goud kan dat gebeuren.
- Je kunt je gave begraven.
- Je kunt haar gebruiken om erkenning te krijgen.
- Je kunt haar inzetten om controle te houden.
- Je kunt haar zelfs gebruiken om jezelf boven anderen te plaatsen.
Dus de vraag is niet alleen:
Heb ik goud?
Maar:
Hoe ga ik om met het goud wat in mij ligt?
3. Saul en Havilah
Daar komt Saul opnieuw in beeld.
In 1 Samuël 15 trekt Saul ten strijde tegen Amalek.
En daar staat die zin ineens ertussen:
“Van Havilah tot Shur.” De naam Havilah midden in Sauls verhaal.
Saul krijgt van God een duidelijke opdracht.
Maar vervolgens maakt Saul zijn eigen keuze. Hij spaart wie en wat hij waardevol vindt.
En wanneer Samuël hem ermee confronteert, probeert Saul zijn handelen te verklaren.
Daar zit iets wezenlijks.
Saul kreeg een opdracht, maar koos iets anders dan hem opgedragen was.
4. Wanneer wat je gekregen hebt bezit wordt
Er zit een subtiele overgang in:
“Dit is mij toevertrouwd” kan veranderen in:
“Dit is van mij.”
En zodra iets helemaal “van mij” wordt, kan ik ermee doen wat ík wil.
Dat kan ook met ons goud.
- Mijn talent.
- Mijn positie.
- Mijn invloed.
- Mijn kinderen.
- Mijn kennis.
- Mijn roeping.
- Mijn ervaring.
- Mijn verhaal.
- Mijn succes.
- Zelfs mijn geestelijke inzicht.
5. Het gevaar van vasthouden
Soms houden we iets vast omdat we bang zijn het kwijt te raken.
Maar vasthouden is niet hetzelfde als bewaren.
Bewaren betekent:
Ik zorg ervoor.
Vasthouden uit angst betekent:
Ik kan het niet loslaten.
Dat verschil is belangrijk.
Want goud dat alleen maar wordt vastgehouden, kan niemand meer dienen.
6. Saul wilde behouden wat hij waardevol vond
Saul spaarde Agag, koning van de Amelekieten, en het beste van het vee.
Daarmee wordt zichtbaar wat er in zijn hart gebeurt.
Hij bepaalt zelf: Dit is waardevol. Dit wil ik behouden.
Maar de opdracht was anders.
Hier zit een confronterende vraag:
Wie bepaalt wat jij moet vasthouden?
- Jij?
- De mensen om je heen?
- Je angst?
- Je behoefte aan erkenning?
Of durf je Schepper God te vertrouwen met wat Hij je heeft toevertrouwd?
7. Niet alles wat je hebt, moet je houden
Dat is misschien moeilijk.
Want soms denken we:
Als God mij dit gegeven heeft, moet ik het voor altijd blijven doen.
Maar dat hoeft niet.
- Een seizoen kan eindigen.
- Een rol kan eindigen.
- Een taak kan eindigen.
- Een vorm kan eindigen.
- Een verantwoordelijkheid kan overgaan naar iemand anders.
Het loslaten van een vorm betekent niet automatisch dat je je goud verliest.
8. Goud is geen bezit om jezelf mee te bewijzen
Misschien wordt het goud van een mens juist zichtbaar wanneer hij het niet langer nodig heeft om zichzelf te bewijzen.
- Je hoeft niet te laten zien hoe goed je bent.
- Je hoeft niet overal nodig te zijn.
- Je hoeft niet degene te blijven die het altijd gedaan heeft.
- Je hoeft niet koste wat kost jouw invloed te behouden.
Want:
Wat God in jou heeft gelegd, hoeft niet voortdurend door jou bewezen te worden.
9. David laat iets anders zien
Daarom het mooi dat David in deze reeks naast Saul staat.
David krijgt óók iets toevertrouwd.
Een zalving.
Een toekomst.
Een roeping.
Maar David probeert niet onmiddellijk de troon te grijpen.
- Hij wacht.
- Hij vlucht.
- Hij dient.
- Hij speelt harp.
- Hij leeft verder.
Zijn goud hoeft niet onmiddellijk volledig zichtbaar te worden.
Leven in vertrouwen dat jouw goud blijft.
10. Misschien is wachten ook onderdeel van je goud
Dat is een moeilijke.
Want we denken vaak: Als ik iets ontvangen heb, moet ik er onmiddellijk iets mee doen.
Maar misschien is er een seizoen waarin je goud nog verborgen is.
Zoals David bij de schapen.
Of in de woestijn.
Of in een grot.
Je bent niet minder geroepen omdat niemand het op dat moment ziet.
Verborgen betekent niet afwezig.
11. Wat als iemand anders jouw taak overneemt?
Dit sluit ook aan bij sessie 6.
Misschien komt er iemand die iets doet wat jij jarenlang hebt gedaan.
- Een ander neemt jouw verantwoordelijkheid over.
- Een ander krijgt de ruimte.
- Een ander wordt zichtbaar.
Dan kan de oude strijd opnieuw beginnen: Maar dat was toch mijn plek?
Misschien is de diepere vraag:
Was het mijn goud — of was het een vorm waarin mijn goud tijdelijk zichtbaar werd?
Dat onderscheid kan bevrijdend zijn.
12. Je goud mag bewegen
Misschien hoeft jouw goud niet één vaste vorm te hebben.
Je kunt ooit zorgen.
Later leiden.
Daarna luisteren.
Je kunt ooit spreken.
Later juist zwijgen.
Je kunt ooit vooraan staan.
Later iemand anders ruimte geven.
Je goud blijft niet noodzakelijk op dezelfde plaats staan.
13. Toevertrouwd betekent niet: voor altijd van mij
Dit is misschien de kern van deze sessie.
Wat de Schepper je te doen geeft, mag je ontvangen.
Maar je hoeft het niet te bezitten alsof het alleen van jou is.
Je mag zeggen:
“Laat mij weten wanneer ik moet vasthouden.”
En:
“Laat mij weten wanneer ik moet loslaten.”
14. Het verschil tussen trouw en vasthouden
Trouw zijn betekent niet:
Ik blijf dit voor altijd doen.
Trouw kan soms betekenen:
Ik geef iets terug.
Of:
Ik maak ruimte voor een ander.
Of:
Ik laat een oude vorm sterven zodat iets nieuws kan ontstaan.
Dat is geen verlies van goud.
Dat kan juist volwassen worden in je goud zijn.
15. Wat heb jij ontvangen?
Misschien is dit een goed moment om stil te worden.
Wat heb jij meegekregen?
- Welke eigenschappen?
- Welke verlangens?
- Welke gevoeligheid?
- Welke creativiteit?
- Welke wijsheid?
- Welke kracht?
- Welke ervaringen?
- Welke mogelijkheden?
- Welke liefde?
En misschien ook:
Wat daarvan heb ik verborgen?
16. En wat houd ik misschien te krampachtig vast?
Misschien is er iets waarvan je diep vanbinnen zegt:
Dit mag niemand van mij overnemen.
Waarom eigenlijk?
Omdat het werkelijk jouw goud is?
Of omdat je bang bent dat je zonder deze rol niet meer weet wie je bent?
Dat zijn twee heel verschillende dingen.
17. Nadenkertje
Wat als trouw zijn aan je goud soms betekent dat je het durft los te laten in een andere vorm?
Wat als je niet alles wat je hebt ontvangen hoeft vast te houden?
Wat als jouw goud niet kleiner wordt wanneer je het deelt?
Wat als het juist meer tot zijn recht komt wanneer het mag stromen?
18. Terug naar Havilah
Havilah wordt genoemd als een plaats waar goud is.
Het goud ligt daar niet om bewonderd te worden.
Het is er.
- Het kan worden gevonden.
- Het kan worden bewerkt.
- Het kan worden gebruikt.
Misschien is dat ook iets van jouw goud.
Niet om naar te kijken en te zeggen:
Kijk eens wat ik heb.
- Maar om ermee te leven.
- Om ermee te dienen.
- Om ermee te bouwen.
- Om ermee lief te hebben.
- Om ermee zichtbaar te maken wie de Schepper is.
Slot
Is de vraag hoeveel goud je hebt of wat je doet met wat jou is toevertrouwd?
- Kun je het ontvangen zonder jezelf erop te laten voorstaan?
- Kun je het bewaren zonder het krampachtig vast te houden?
- Kun je het ontwikkelen zonder jezelf te bewijzen?
- Kun je het delen zonder bang te zijn dat er voor jou minder overblijft?
- En kun je het loslaten wanneer het seizoen daarom vraagt?
Het goud dat van jou is, hoef je niet te bezitten om het te kunnen dragen.
Dát is vertrouwen.
Niet alles vasthouden.
Wel trouw blijven aan wat de Schepper in jou heeft gelegd.
Even stilstaan bij wat jou is toevertrouwd
God heeft iets in jou gelegd dat specifiek bij jou hoort.
Niet om te vergelijken of te bewijzen. Maar om ermee te leven.
Hoe ga jij op dit moment om met wat jou is toevertrouwd?
Waar ontwikkel je het?
Waar houd je het misschien tegen?
Het goud blijft van jou. De vorm waarin je het draagt mag veranderen.
Waar zag je jouw goud vandaag in?
________________________________________
________________________________________
________________________________________