Balsemhars
De hars die in Havilah wordt genoemd is in Genesis 2:12 het Hebreeuwse *bedolach*, meestal vertaald als bdellium.
Het wordt door sommige uitleggers gezien als een geurige hars, maar de precieze identificatie is onzeker. De Bijbel zegt dus niet letterlijk dat het “balsemhars” was.
Balsemhars
In het land Havilah wordt naast goud en onyx nog een vondst genoemd: bedolach. Het woord komt in Genesis 2:12 voor als een product van Havilah. Wat precies met bedolach wordt bedoeld, is niet zeker. Uitleggers verbinden het met een geurige hars, maar ook met een kostbare steen of ander kostbaar natuurlijk materiaal.
In Havilah krijgt deze balsemhars een speciale plek: goud, hars en onyx worden samen genoemd als schatten die in het land gevonden worden.
De hars wordt uit bepaalde bomen en planten gewonnen. Deze hars kon vervolgens worden verwerkt tot balsem en gebruikt worden voor onder andere verzorging, geur en zalving.
Hars die vrijkomt
Hars ontstaat in bomen en planten als een beschermende afscheiding. Wanneer een boom beschadigd raakt, kan hars naar buiten komen en zich vervolgens verharden.
Daarin ligt symboliek. En die is krachtig.
- Wat uit een wond naar buiten komt, hoeft niet alleen verlies te betekenen.
- Wat je heeft verwond, hoeft niet het einde van je verhaal te zijn.
- Er kan iets ontstaan dat beschermt, bewaart en van waarde wordt.
Nog een andere harsachtige stof die met heling wordt verbonden: tsori, meestal vertaald als balsem. Deze balsem was een waardevol handelsproduct en wordt in Jeremia gebruikt in het bekende beeld van de “balsem in Gilead”: “Is er geen balsem in Gilead, is daar geen geneesheer?”
Ook in Genesis wordt tsori genoemd als handelswaar die vanuit Gilead met een karavaan naar Egypte werd gebracht, samen met andere kostbare geurstoffen.
Van wond naar iets kostbaars - in jou
Daarom krijgt balsemhars binnen Havilah voor mij een andere betekenis dan alleen iets dat lekker ruikt of kostbaar is.
Het vertelt over wat door beschadiging heen niet verloren hoeft te gaan. Integendeel. Het is van jou. In jou. Zoals hars van de boom is.
Het vertelt
- Over wat vanuit een wond naar buiten komt.
- Over wat kan verzachten.
- Over wat kan beschermen.
- Over wat bewaard blijft en uiteindelijk van waarde blijkt.
Niet iedere wond wordt meteen een schat. Niet iedere pijn bereikt een schat.
Maar soms ontstaat juist op de plaats waar het leven, waar een ander mens jou beschadigd heeft iets wat je later kunt meenemen op je weg.
Dat is de balsemhars van Havilah.
Vindplaats en herkomst
De bedolach wordt in Genesis specifiek verbonden aan Havilah. De precieze geografische plaats van Havilah is vandaag niet met zekerheid vast te stellen. Ook de botanische identiteit van bedolach kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Sommige bronnen verbinden het met geurige hars uit gebieden van Arabië en omgeving.
De balsem van Gilead is een verwant maar niet identiek Bijbels beeld. Gilead stond bekend om zijn aromatische harsen en balsem, die als handelswaar werden vervoerd en gewaardeerd om hun geneeskrachtige toepassing.
Balsemhars ontstaat waar een boom beschadigd raakt.
Wat naar buiten komt, wordt hard, kostbaar en geurend.
Misschien is dat wel waarom deze schat zo mooi past bij Havilah:
wat je heeft verwond, hoeft niet het einde van je verhaal te zijn.
Er kan iets uit voortkomen dat je bewaart, beschermt en meeneemt op je verdere reis.
Bijbelse vindplaatsen
- Genesis 2:11-12 — Havilah wordt genoemd als land waar goud, bedolach en onyx te vinden zijn.
- Numeri 11:7 — bedolach wordt opnieuw genoemd, ditmaal bij de beschrijving van het uiterlijk van manna.
- Genesis 37:25 — balsem/hars (tsori) wordt genoemd als handelswaar uit Gilead.
- Genesis 43:11 — Jakob noemt balsem onder de producten die als geschenk worden meegenomen.
- Jeremia 8:22 — “Is er geen balsem in Gilead?” wordt een beeld voor de vraag naar genezing en herstel.
- Jeremia 46:11 — opnieuw wordt balsem uit Gilead verbonden met genezing.
- Jeremia 51:8 — balsem wordt opnieuw genoemd in het beeld van genezing.